Wilde Wanderlust
uit de pen van Jochen Verghote en Katleen Willaert


De Hoge Venen synoniem voor saaie wandelnamiddagen in de jaren tachtig? Vergeet het. Ga eens voor de echte outdoorbeleving: logeren in een tipi en een heel weekend wildspotten, door de bossen rennen en barbecueën. Je hoeft het niet eens zelf uit te zoeken.

 

Een vrijdagnamiddag in het precoronatijdperk. We rijden richting zuiden, een shot lente hangt in de lucht. We passeren de drukte rond Luik en wanneer we de E42 opklimmen, naar het hoogst gelegen deel van België, slaat het vakantiegevoel toe. Zo meteen begint ons outdoorweekend in de Hoge Venen met We Are Outsiders (WAO). Bezieler is de avontuurlijke Tim Zeegers die wandelweekends organiseert met veelbelovende titels als Bronstige herten weekend of Smell that spring WKND. Even voorbij de Baraque Michel rijden we de kampplek op. De auto gaat al snel aan de kant en wordt voor de rest van het weekend genegeerd. Achter het bordje ‘Base Camp’ staat alles klaar: de centrale vuurplek, een veldkeuken en grote tipi’s voor wie zelf geen tent meebrengt. Wij stellen de onze op, voor het donker neerdaalt. Algauw zitten we rond het vuur gezellig te borrelen en te kletsen met andere deelnemers, de lachsalvo’s weerkaatsen tegen de donkere bossen rondom. “Wie is er kandidaat om morgen mee te gaan wildspotten tijdens een vroege dauwtrip?”, vraagt Tim. De dood wandelt mee Bij het ochtendgloren overwinnen we de warme weerstand van de slaapzak. Het is de opwinding van zie-je-iets-of-niet die ons in stilte tussen de naaldbomen een steil pad opstuwt.  Boven, in het zachte ochtendlicht, staan alle zintuigen op scherp. We ademen wolkjes in en uit. Maar na tien minuten hoopvol staren, besluiten we dat het weer niks is. Niet eens ontgoocheld maken we een ommetje terug naar het base camp, richting koffie. Natuurlijk maken we bij aankomst de anderen wijs dat we zonet ontelbaar veel herten achter ons lieten. De laatste deelnemers voor dit weekend arriveren. Sommigen alleen en voor het eerst, anderen brengen vrienden mee na deelname aan een vorige editie. Tim verwelkomt de wandellustige troepen en met 25 vertrekken we voor een stevige tocht. We duiken de koele schaduw van een vallei in en volgen één van de vele riviertjes die de venen doorklieven. Wie denkt dat er weinig te beleven valt in de achtertuin van België, vergist zich. De Hoge Venen zijn qua outdoorbeleving ondergewaardeerd. Het is een stokpaardje van Tim, die je tijdens een WAO-weekend onderdompelt in verrassend ruige stukken natuur. Al neem je dat best niet letterlijk: de venen blijven een verraderlijke, grote spons waarin je makkelijk kunt verdwijnen. In 2009 werden er de stoffelijke resten gevonden van een wandelaar die zes jaar eerder vermist raakte. Zomaar zonder gids of voorbereiding de venen doorkruisen is geen optie.

Op de hoogplateaus kronkelen de weggetjes alle richtingen uit. Er zijn weinig herkenningspunten. Het reliëf is moeilijk te lezen. De rest van de groep niet uit het zicht verliezen, is de boodschap. Piekengeluk De cadans van het wandelen weekt de groep los van mekaar. Eerst maak je een praatje met wie je al kent, maar twee bochten later beland je in een ander gesprek. Zo gaat het kilometerslang. Het tempo is best pittig maar doenbaar, al doet het deugd om even halt te houden wanneer Tim en WAO-kompaan Dieter op een stafkaart de route checken. Al uitblazend is de groep het erover eens dat deze tocht niet voor kinderen geschikt is. Je hoeft niet in Olympische bloedvorm te verkeren, maar een beetje fitheid is wel handig. Naast het riviertje Trôs Marets doorkruisen we een smalle kloof. Het lijkt wel een idyllische Zuid- Franse gorge, met een verankerde staalkabel langs het gladde rotspad om jezelf rechtop te houden. Ondertussen is het middaguur onopgemerkt gepasseerd en zien sommige deelnemers er hangry uit. We houden halt bij een typische jachttoren. Kilometers eerder werd al gefluisterd dat deelnemer Dirk tijdens de lunch zijn legendarische thee zou brouwen. Gehurkt gaat hij aan de slag met gember, citroen, honing en kardemon. De rest van het middagmaal lijkt op een kleine proeverij waarbij iedereen zijn meegebrachte specialiteiten aanprijst. Er is Spaanse jamón die uren heeft liggen drogen in de oven en “de lekkerste kaas die ik ken”. Chocolade van verschillende variëteiten wordt bovengehaald en aan een smaaktest onderworpen. Daarna moeten we even horizontaal bekomen in het veen – gras, het genoegen van de inspanning laat zich voelen.

De namiddag situeert zich eerder boven op de plateaus. Op de vlonderpaadjes is het stabiel stappen, maar waar het kan springen we samen even op en neer, waardoor de veengrond onder ons gaat golven. Wat verderop wijst Tim naar de bos – jes waar onlangs een wolf haarscherp werd gefotografeerd. Het besef dat het dier hier ronddwaalt, maakt dit stukje wilde natuur nóg wat wilder. We hebben bijna twintig kilometer op de teller wanneer de omgeving er weer wat vertrouwder uitziet. We voelen de apotheose aankomen wanneer we doorheen het donker van de laatste stukken bos de weide opwandelen. Het kampvuur brandt al, hapjes en drank staan klaar. Schoenen gaan uit en we voelen het klamme gras tussen de tenen. Een gelukzalige gloed overvalt ons bij het aperitief, terwijl stappentellers kri – tisch vergeleken worden. Er wordt gezocht naar een geschikt woord om onze roes te beschrijven. Ook schrijfster Sarah kan niet meteen een Nederlandse term bedenken maar op – pert het Duitse gipfelglück: het gelukkige gevoel dat je over – valt wanneer je net een piek bedwongen hebt. Liefdesliedjes De stemming is opperbest, ook dankzij al het heerlijks dat WAO-chef Veerle op het open vuur bereidt. Er liggen rode uien smaak te pakken in hete kolen en ingepakt in een dikke laag nat krantenpapier worden twee stevige zalmen gaar ge – stoomd. “Beetje spannend, ik heb dit nog maar één keer ge – probeerd”, zegt ze, terwijl ze water over de vis kletst. Het zijn onnodige zorgen. Het moment, de setting en de inspanning maken er een onwezenlijk lekker diner van. Hoe zalig om nu niet zelf te staan sukkelen boven een minigasvuur, met te kleine pannetjes en plastic bestek. In de avondzon komt uit de bosrand plots een gigantische feloranje rugzak tevoorschijn. De drager ervan stapt samen met z’n kameraad twijfelend onze kant op. “Excuse us, is this the camping site?” Het zijn doctoraatsstudenten aan de KU Leuven, twee beste vrienden afkomstig uit Pakistan en India die op verkenning zijn in de Hoge Venen. Neen, dit is geen officiële camping, maar de twee zijn wel met hun gat in de kampeerboter gevallen. Met hun gebruikelijke enthousiasme nodigt de WAO-crew hen uit om aan te schuiven rond het vuur.

 

“Geen WAO-weekend zonder optreden”, zegt Tim even later, “en naar mijn bescheiden mening heeft Daan de Vree onder de artiestennaam The Salesman Who een wereldplaat gemaakt.” We staren verstild in het vuur, oranje gensters dansen de nachtblauwe hemel in. Zuinig plukt Daan aan zijn snaren. Het klinkt melig, zo samen onder de sterren rond een kampvuur naar live gezongen liedjes over de liefde luisteren, toch voelt het bijzonder. Glampingontbijt De streek waarin we ons bevinden krijgt in het weerbericht altijd vier à vijf graden minder toebedeeld dan de rest van het land. Na een erg koude nacht dampen de tipi’s dan ook in de ochtendzon. De dauwtrip slaan we deze keer over, maar het glampingontbijt willen we niet missen. Vers brood met een eitje smaakt hier in de buitenlucht drie keer zo goed als thuis. De voormiddag is al een eind opgeschoten wanneer iedereen zijn kampeermateriaal terug opgekraamd heeft.

Na een laatste korte wandeling beslissen we in de zondagse namiddagrust terug naar huis te rijden. Onze auto vult zich met de geur van twee dagen kampvuur en tijdens de terugrit proberen we te achterhalen waarom deze weekends ons zo – veel voldoening geven. Om te beginnen: de inspanning om eraan te beginnen is klein. Je zoekt wat gerief bij mekaar en je bent maar enkele uren onderweg naar je bestemming. Je voelt bovendien geen vliegschaamte over je trip, want je be – leeft een microavontuur dichtbij huis. Daarnaast willen wij, zoals velen, maximaal rendement halen uit onze kostbare vrije tijd. We besluiten dat het goed voelt om zo nu en dan je focus te verleggen en het idee los te laten dat avontuur gelijk moet staan aan ver weg en exotisch. Het effect is instant.

Jochen Verghote en Katleen Willaert voor Knack Weekend mei 2020.

 

Met We Are Outsiders (her)ontdek je de Ardennen op een actieve manier. Op hun kalender staan uiteenlopende

 

Waarom de Hoge Venen? 
De Hoge Venen zijn een onderdeel van
het Natuurpark Hoge Venen - Eifel en
liggen grotendeels in de Ardennen (in
de Oostkantons) en voor een kleiner
deel in de Duitse Eifel. Het gebied
strekt zich uit over 4500 hectare en is,
met toppen net onder de 700 meter,
het hoogst gelegen gebied van België.
Het wordt gekenmerkt door open
veenlandschappen en dichte naald
bossen. Minder geweten is dat er ver
schillende mooie rivieren in dit
landschap ontspringen die doorheen
de eeuwen prachtige valleien hebben
gevormd die als een hoefijzer rond het
venenplateau lopen. Het zijn deze val
leien, in combinatie met het plateau,
die de streek zo aantrekkelijk maken
voor avontuurlijke activiteiten.