WAO @ THE RIVER
The Story

3 vrienden / 2 boten / 2 dagen / 58km / 1 rivier / en vele vliegvissers …

 

Wie heeft er zin in een Scandinavisch rivier-avontuur, inclusief het into the wild gevoel, camaraderie, de nodige heroïek maar exclusief de lange verplaatsing?

Ik voer met twee vrienden twee dagen op de Semois. De schoonste rivier van het land (!) en ik ben nu al bezig met de planning van deel II van deze tocht die ons tot in de Maas in Frankrijk zal brengen. Hier volgt het verhaal van dit onvergetelijk tripje:

Een boot vast krijgen waarmee je een meerdaagse Semois – tocht kunt ondernemen is de eerste uitdaging. Initieel kan ik beschikken over een dubbele zeekajak van een vriend maar ik slaag er niet in om op tijd en binnen mijn beschikbare budget 2 dakdragers op mijn auto te krijgen. Daarnaast verhuurt de camping waar we onze tocht willen beginnen de mooiste Canadese kano’s maar deze willen ze niet voor meerdere dagen verhuren. Na wat rondbellen vind ik een verhuurbedrijfje dat het allemaal geen probleem vindt: Kayak le Batifol in Chiney, een goed en vriendelijk gerund bedrijf waar men 25 euro per persoon per dag vraagt inclusief al het materiaal (boten, peddels en droogtonnen) en oppikplaats naar keuze.

Uiteindelijk is het zover en trekken we ‘s zaterdagochtends naar Chiney waar voor ons een knalrode kano en idem kayak op de oever klaarstaan. Nadat we eten, drinken en kleren voor 2 dagen samen met ons kampeermateriaal in de Ortlieb drybags en een droogton hebben gepropt, zijn we klaar voor vertrek. Batifol – eigenares Stéphanie geeft ons nog wat tips en waarschuwt alvast voor Barrage nr. 1, op zo’n 100m van de startplaats. (Een barrage is een kleine waterval/stroomversnelling die het niveau van de rivier een paar meter doet zakken.)

Nu zijn wij drie potige kerels die wel tegen een stootje kunnen maar dat we al zo snel ons hachje moeten redden is buiten Barrage nr. 1 gerekend. We moeten duidelijk nog wennen aan het gewicht en de (on)wendbaarheid van de boten. Jan en ik zitten in de kano volgepakt met het materiaal en gaan heads first de barrage af. De truc is natuurlijk om perfect recht met de snuit van de boot in het water te duiken. Doe je dit niet, dan wipt de stroomversnelling de boot zijwaarts en bestaat de kans dat je naast water slikken ook kapseist. Dat is exact wat er met ons gebeurt, we gaan zijdelings, pakken een giga stroom water binnen en kapseizen ei zo na! Koen, die het mooie geklungel van ons 2 van op een afstand aanschouwt komt nu met zijn kajak de barrage af. Alles gaat vlotjes tot de snuit van de boot diep onder het water duikt, gevolgd door de rest van de boot, inclusief hijzelf. Ook hij krijgt massaal veel water binnen! Wat een heerlijk zicht allemaal. Na 100m varen zijn we allemaal nat en zitten de boten al vol water. Dat belooft want we hebben nog losjes 60 km te gaan in de komende 2 dagen!

Als je, zoals Jan en ik, niet gewoon bent om met zo’n dubbele kano te varen dan moet je in het begin wel even opletten. De voorste man bepaalt het peddel-tempo, de achterste man stuurt de boot in de juiste richting. Dat lijkt allemaal simpel tot je merkt dat zo’n kano wel heel snel haaks op de stroomrichting van het water kan gaan staan. Even een momentje niets doen om een foto te nemen of te rusten is er niet echt bij. We moeten immers tegen het einde van de dag 30 km afgelegd hebben! Eens je de roei-kadans en stuurtechniek onder de knie hebt komt de rivier en zijn omgeving dubbel en dik binnen. Ik moet eerlijk toegeven, op de vele tochten doorheen de Ardennen heb ik me nog niet dikwijls zo fel ‘in the middle of nowhere’ gevoeld als daar op de Semois. Met zijn vele meanders doorkruist de Semois een groot stuk onbewoond bebost gebied. Ontelbare oeverzwaluwen, reigers, vissen, ratten, eenden, zwanen en ganzen hebben hier vrij spel. In boten op de rivier zien ze blijkbaar weinig gevaar want ze bewegen zich vrijwel zonder scrupules om ons heen.

Aangezien het in de lente niet toegelaten is om na 17u nog op het water te vertoeven, is doorvaren de boodschap! 7u vaartijd voor 30 km met lunch en breaks inclusief is niet veel.

Ondertussen passeren we een paar dorpjes, het ene al pittoresker dan het andere: Chiney, Florenville, Chassepierre.

Diep in de namiddag sluipt langzaam de vermoeidheid in onze bovenlichamen. We snakken naar een plek om de nacht door te brengen. Om 17u30 komen we voorbij de laatste camping alvorens in een stretch van 10 km onbewoond bebost gebied terecht te komen. Laat het duidelijk wezen, wij zijn niet op zoek naar een camping…neen! wij willen dat ene plekje, dat deze tweedaagse echt bijzonder of zelfs legendarisch kan maken, vinden. En zo zitten we daar in onze boten te turen naar de oever, in de hoop de perfecte wildkampeerplek tegen te komen. Maar dat is buiten de vliegvissers gerekend bij wie net deze strook Semois rond dit avondlijk uur enorm in de smaak blijkt te vallen. Jan is zelf vliegvisser en weet dus waarom het hier ideaal is om tot zonsondergang te hengelen naar de perfecte zalmforel. Varen tussen deze heren voelt een beetje als het doorkruisen van verboden gebied. Zij staan daar met (of zonder) visvergunningen hun ding te doen terwijl wij voorbij het vaar-uur als drie bebaarde bosmensen in huurbootjes hun territorium doorkruisen. Je voelt je op dat moment dus een beetje ongewenst. Koen daarentegen heeft van dit awkward gevoel niet veel last. Hij peddelt met een losse slag in zijn veel snellere kajak als een volleerde pionier voor ons uit zoekend naar die ene plek. Verschillende bochten en menig vliegvissers verder zien we Koen in de verte aan land gaan. Yes, dit zou het kunnen zijn. Ik zie vanaf de oever een grote boom in het water steken en rotsblokken die een schiereiland vormen terwijl Koen plots  poedelnaakt (!) verschijnt en roept: THIS IS IT, GUYS! THIS IS IT! THIS IS THE PLACE! Een harde gezamenlijke YEEEHAY! en een lachkick verder staan we met onze natte voetjes op het droge.

Koen is snel weer aangekleed en alsof we net de top van een of andere berg beklommen hebben, vallen we elkaar in de armen van blijdschap. Hij heeft er een zalig plekje uitgekozen. Achter de boom in het water passen onze boten perfect zonder op te vallen. Op de rotsen kunnen we genieten van de avondzon, daarna wordt dit de ideale kook -en vuurplek. Hogerop de oever is er zowaar een grasveldje waar we onze tent kunnen opzetten. Zalig! Hier komt alles tezamen waarvoor je je die dag hebt ingezet. Of het nu op een camping of in het wild is, dat maakt niet uit. Behalve het kamp opzetten moeten we ook hout zoeken en een veilige vuurplek inrichten want als de avond valt willen we rond het vuur kunnen nagenieten van onze dag. Het vuur maken we pas wanneer de zon al enige tijd achter de horizon is gezakt. De opstart van een kampvuur is het heiligste moment van de dag. Het betekent zoveel als je verbinding met je omgeving, de ondergrond waarop je zit, de bomen en de dieren in het bos, consolideren. Je zegt met zo’n vuur heel duidelijk: hier ben ik, hier op dit stukje grond breng ik de nacht door. Dit is even ons plekje. Mag het?

x

x

Het bos is rustig die nacht, de ochtend opnieuw stralend. We wissen alle sporen, ontmantelen de vuurplek en nemen alles wat met menselijke aanwezigheid te maken heeft weg. NO TRACE: that’s the natural spirit of (wild)camping!

x

 

x

Dag 2 is nu volop begonnen.  Vandaag neem ik de kajak, Koen wordt ritme-aangever in de kano en Jan neemt de stuurman-taak van mij over.

De kajak geeft me tijdens dag 2 een pak meer vrijheid om mooie plaatjes te schieten en om soms eens even helemaal stil te liggen in het water en me te laten meedrijven op de stroming van de rivier. Deze stroomt voor alle duidelijkheid niet bijzonder snel. Met de strakke wind die ons gedurende de dag nogal veel parten speelt komen we langzamer vooruit dan gehoopt. De kilometers glijden traag voorbij. Ondertussen passeren we opnieuw enkele dorpjes. Ik herken de brug van Herbeumont als locatie van de indrukwekkende Waalse televisieserie La Trêve. Verderop in Mortehan loopt het oude kerkhof met zijn vervallen kruisen en graven op een akelige manier tot tegen de rand van de linkeroever.

x

x

Ondertussen bel ik 2 keer met Stéphanie van le Batifol om ons aankomstuur op Camping Maka te verlaten, daar waar de vrouwen en kinderen ons staan op te wachten. Tegen 17h30 komen we dan eindelijk aangevaren met in de verte onze kroost roepend en tierend op de oever. We worden door onze kinderen zowaar als helden ontvangen. “Mogen we volgende keer mee papa?” “Mogen we nu even in de boot?” “Zijn jullie moe?” “Is het water koud?” “Was het ver?” “Waaaaw papa, uw broek is nat.”

The daddies are back.